Buxusziekte: bestrijden of vervangen?

12 juli 2018
Buxusziekte: bestrijden of vervangen?

Als uw haag getroffen is door de buxusziekte, moet u zich het volgende afvragen: gaat u de buxusziekte bestrijden of de buxus vervangen? Eigenlijk is het antwoord hierop relatief eenvoudig als u zich bedenkt dat het bestrijden van de grootste boosdoener, de buxusmot, gelijk staat aan dweilen met de kraan open.

De geschiedenis van de buxus

De geschiedenis van de buxus

Al sinds honderden jaren wordt de buxus in tuinen door heel Europa gebruikt. Het is een makkelijke en erg sterke plant die tot voor kort geen enkele problemen had in de tuin. De buxus verdraagt de snoei zo goed dat u er eigenlijk alles van kunt knippen, van hele haagpatronen tot een gewenste vorm zoals bollen, zuilen en kegels. Mede hierdoor is de buxus uitgegroeid tot een zeer populaire tuinplant die je in nagenoeg elke tuin van Europa terugvindt.

Buxusschimmels

Buxusschimmels

De buxus had geen problemen tot een tiental jaren geleden de eerste serieuze problemen opdoken: de buxusschimmels. Dit waren twee soorten schimmels: de Cylindrocladium buxicola en Volutella buxi. Deze schimmels komen voornamelijk voor bij vochtige zomers en kunnen dan veel schade aanrichten. Bij een wat drogere zomer krijgen deze schimmels minder vat en blijft de aantasting beperkt.

De buxusmot en de buxusrups

De buxusmot en de buxusrups

De grootste boosdoener van dit moment is echter de Cydalima perspectalis oftewel de buxusmot. Deze komt oorspronkelijk uit China en is waarschijnlijk al in 2006 Europa binnengekomen. Omdat de buxusmot in Europa maar weinig natuurlijke vijanden heeft, het milde klimaat ze goed bevalt en er op elke straathoek buxus staat, kon deze zich explosief vermeerderen en zorgt nu voor veel schade door bijna heel Europa. Is hij in uw buurt nog niet gezien dan is het een kwestie van tijd voor dat wel het geval is.

De levenscyclus van een buxusmot ziet er als volgt uit: het vrouwtje legt een tiental eitjes aan de onderzijde van een blad. Hieruit komen de rupsjes. Deze beginnen meteen te vreten zodat ze zo snel mogelijk kunnen groeien om te kunnen verpoppen tot een vlinder en weer eitjes kunnen gaan leggen. Deze cyclus kan tot drie keer per jaar voorkomen en zodoende gaat de aantasting erg snel. Ze overwinteren als kleine rupsjes en zodra het weer wat warmer wordt, in maart meestal, beginnen ze met hun verwoestende werk.

De bestrijding van de buxusmot

De bestrijding van de buxusmot

Preventief bestrijden is erg moeilijk. De eitjes liggen aan de onderkant van de bladeren en de buxus heeft nu eenmaal nogal veel bladeren. Huismiddeltjes tegen deze rupsen zijn er ook niet. Azijn en spiritus hebben weinig tot geen effect en het enige wat dan nog blijft is insecticiden uit de winkel. Deze bespuitingen hebben op de rupsenplaag wel een effect, maar moet vele malen per jaar worden uitgevoerd. Dit omdat de plaag minimaal drie keer per jaar terugkomt én u alle rupsen moet raken, omdat het contactmiddelen zijn.

U bent dus het hele groeiseizoen gif aan het spuiten, wat naast de rupsen van de buxusmot ook nog allerlei andere dieren doodt. De gebruikte insecticiden doden namelijk alle insecten, ook de nuttige zoals bijen, die het toch al zo moeilijk hebben. Ook sterven de jongen van insectenetende vogels, zoals de koolmees en pimpelmees, omdat deze gevoerd worden met de vergiftigde rupsen.

Buxus vervangen door een buxusalternatief

Buxus vervangen door een buxusalternatief

De beste remedie is dan ook, helaas maar waar, een aangetaste buxus te vervangen door andere soorten planten. Gelukkig is hierin ook een keur aan alternatieven te verkrijgen. Wilt u planten die echt op de buxus lijken? Dan is de Japanse hulst een goed buxusalternatief, want die is bijna niet van een buxus te onderscheiden. Hij wordt echter niet aangetast door de rups.

Natuurlijk kunt u ook de hagen vervangen door andere haagplanten. Het hoeft niet een exacte kopie te worden en met diverse andere haagplanten kunt u ook dezelfde vormen maken. Planten die hiervoor uitermate geschikt zijn bijvoorbeeld de taxus, de struikkamperfoelie, de groenblijvende liguster, maar ook de gewone hulst of de schijnhulst. Laat u eens adviseren en inspireren door een haagplantenspecialist voor een passende oplossing.